Stand van zaken in het Grootdiep

Op 6 juli 2016 heeft het waterschap een bijeenkomst voor de grondeigenaren georganiseerd over de proef met aangepast onderhoud voor het Grootdiep. De opkomst op 6 juli was zo laag dat het waterschap zich is gaan afvragen of er nog wel voldoende draagvlak is voor de proef. Aan de proef zitten risico’s en in gesprekken met een aantal grondeigenaren bleek ook dat men wel wil meewerken aan verbreding. Daarom is besloten om met de proef te stoppen en in te zetten op verbreding. Dit maakt het gebied rond het Grootdiep minder gevoelig voor wateroverlast en heeft de voorkeur van het waterschap omdat daarmee naast verbetering van de waterkwaliteit, ook beter rekening houden met meer clusterbuien door verandering van het klimaat.

De betrokken grondeigenaren hebben een brief ontvangen over het stopzetten van de voorbereidingen van de proef. Deze brief is hiernaast bij de nieuwsbrieven in te zien. Op deze pagina blijven ter informatie voorlopig de vragen en antwoorden over de proef met aangepast onderhoud zichtbaar.

Bij de start van het Grootdiep zijn alle grondeigenaren geïnterviewd om de waterknelpunten in het gebied te bepalen. Hier vindt u de kaart met de knelpunten en hier hoe het waterschap de knelpunten aanpakt.

 

Waarom wordt deze proef uitgevoerd?

Aanleiding voor de proef is de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW stelt eisen aan de waterkwaliteit van het Grootdiep. Om aan die eisen te voldoen moet in het Grootdiep een strook waterplanten blijven staan: minimaal 1 meter in de bredere delen van het Grootdiep en minimaal 0,5 meter in het smallere deel (zie kaart 1). De strook mag jaarlijks wisselen tussen beide oevers.

figuur 1

Het Grootdiep voldoet nu niet aan de KRW-eisen omdat de waterplanten twee keer per jaar bij het onderhoud worden verwijderd voor een goede waterafvoer.

figuur 2

Als we een strook waterplanten laten staan, wordt de waterafvoer belemmerd. Dat is te voorkomen door het Grootdiep te verbreden met 2 tot 3 meter.

figuur 3

Verbreden geeft ook extra waterberging. Het maakt het gebied minder gevoelig voor wateroverlast. Dit betaalt zich uit in de toekomst als er meer neerslag valt door verandering van het klimaat.

Verbreden kost echter landbouwgrond, circa 2 ha als het Grootdiep 2 tot 3 meter verbreed zou worden over de volledige lengte van 7 km. Grondeigenaren hebben te kennen gegeven dit in eerste instantie niet te willen. Met de ABO is daarom gezocht naar een andere oplossing. We laten een strook waterplanten staan zonder te verbreden en passen alleen het onderhoud aan. Volgens berekeningen kan dit. De belemmering van de waterafvoer is gering en acceptabel maar de praktijk moet dit bewijzen. Met de proef worden de gevolgen van het aangepaste onderhoud voor de waterafvoer en de waterstanden onderzocht.

In welk deel van het Grootdiep wordt de proef gehouden?

Vanaf dit najaar wordt de proef gehouden in de bredere delen van het Grootdiep (deel 2, 3 en 4 op kaart 1) en vanaf volgend jaar ook in het smallere deel (deel 1). We willen eerst ervaring op doen in de bredere delen omdat die waarschijnlijk minder gevoelig zijn voor aangepast onderhoud dan het smallere deel.

Wat houdt de proef precies in?

Het Grootdiep is in vier delen verdeeld door stuwen (zie kaart 1). Voor de proef wordt het onderhoud in elk deel op een andere manier uitgevoerd om ervaring op te doen met verschillende vormen van onderhoud.

figuur 4

Hoe lang duurt de proef?

De proef begint in het najaar van 2016 in de bredere delen van het Grootdiep (zie kaart 1). In het smallere deel begint de proef in het najaar van 2017. De proef duurt 2 tot 3 jaar om ervaring op te doen onder verschillende weersomstandigheden. Aan het einde van elk jaar wordt geëvalueerd en de opzet van het komende jaar bepaald.

Wanneer is de proef geslaagd?

De proef is geslaagd als:

  • het aangepaste onderhoud geen wateroverlast veroorzaakt: het gebied voldoet ook met het aangepaste onderhoud aan de normering regionale wateroverlast voor grasland
  • zowel bij het zomer- als het najaarsonderhoud een strook waterplanten kan blijven staan. De strook is minimaal 1 meter breed in de bredere delen van het Grootdiep (zie kaart 1) en minimaal 0,5 meter breed in het smallere deel. De strook wisselt jaarlijks tussen beide oevers
  • niet meer dan één maal per jaar zomeronderhoud nodig is.

Toelichting van wateroverlast

Wateroverlast, schade doordat water korte of langere tijd op het land staat, is niet altijd te voorkomen. De kosten van maatregelen moeten opwegen tegen de voorkomen wateroverlast. De (rijks- en provinciale) overheid heeft met dit idee in het achterhoofd normen vastgesteld voor wateroverlast.

figuur 5

Voor de gronden langs het Grootdiep geldt de norm voor grasland. Deze norm is vastgesteld in 2013 met het watergebiedsplan Appelscha. Volgens de grasland-norm mogen de 5% laagste gronden in een peilgebied vaker dan gemiddeld één keer in de 10 jaar onder water lopen zonder dat sprake is van wateroverlast. Er is wel wateroverlast als een groter oppervlak dan de 5% laagste gronden onder water loopt bij waterstanden die gemiddeld 1 x per 10 jaar optreden.

Het gebied rond het Grootdiep voldoet aan de norm voor grasland. Het watersysteem is zodanig ingericht dat het bij weeromstandigheden die gemiddeld genomen eens in de 10 jaar voorkomen nog steeds op een acceptabele wijze functioneert en er geen zwaarwegende schade optreedt. Dit kunnen zowel zomerse onweersbuien zijn waarbij in korte tijd veel neerslag valt, als ook aanhoudende neerslag in het najaar. Om een beeld te schetsen: in een situatie die gemiddeld eens per 10 jaar voorkomt, zijn de watergangen tot aan de rand toe gevuld waarbij ook de laagste perceelranden onder water lopen. Ten opzichte van het streefpeil is er daarbij sprake van een peilstijging van 50 tot 80 cm. Deze overschrijding houdt in de regel enkele dagen aan.

Op basis van neerslag statistieken van de verschillende stations is achteraf te bepalen hoe extreem een bepaalde (meerdaagse) situatie is geweest.

Wat gebeurt er als de proef mislukt?

Als de proef mislukt, moet een andere oplossing worden bedacht om een strook waterplanten te laten staan voor de KRW. Hoe die er uit zal zien is nu niet te zeggen. Het zal vooral afhangen van de redenen waarom de proef is mislukt.

Wat wordt er precies gemeten voor de proef?

Voor de proef worden zowel de waterkwaliteit als de waterstanden van het Grootdiep gemeten en grondwaterstanden op een paar locaties langs het Grootdiep.

Waterkwaliteit

De waterkwaliteit wordt gemeten om te begrijpen wat het effect is van het aangepaste onderhoud op de groei van de waterplanten. Daarvoor wordt het volgende gemeten

  • welke waterplanten komen voor
  • de chemische samenstelling van het water
  • de macrofauna: de in het water levende kleine dieren, zoals slakken, libellen- en muggenlarven en kokerjuffers die de belangrijkste voedselbron vormen voor dieren als vissen en kikkers.

De waterkwaliteit wordt in de vier delen van het Grootdiep (zie kaart 1) meerdere malen per jaar gemeten door medewerkers van het waterschap. De metingen kunt u na de zomer bekijken op www.pilotwatergebiedsplan.nl.

Waterstanden en grondwaterstanden

De (grond-)waterstanden worden gemeten om te bepalen of het aangepaste onderhoud wateroverlast veroorzaakt. De waterstanden worden gemeten bij elke stuw en op een paar andere locaties. Voor het meten van de grondwaterstanden worden een paar raaien met grondwaterpeilbuizen geïnstalleerd. De waterstanden worden automatisch gemeten en doorgebeld naar het waterschap. Aan elke stuw wordt aan beide kanten een peilschaal bevestigd zodat de waterstanden ook direct zijn af te lezen.

Weersomstandigheden

Voor de weersomstandigheden zoals regen en verdamping gebruiken we de gegevens van de weersstations in Gorredijk en Ravenswoud.

Hoe worden de grondeigenaren geïnformeerd over de proef?

  • twee maal per jaar ontvangen de grondeigenaren een nieuwsbrief over de proef, in het voorjaar over het aanstaande (zomer)onderhoud en in het najaar/winter over de resultaten van het afgelopen jaar en het vervolg van de proef in het komende jaar
  • de proef wordt jaarlijks rond de jaarwisseling besproken met de grondeigenaren
  • de meetgegevens en resultaten van de proef worden na de zomer gepubliceerd op pilotwatergebiedsplan.nl.

Wat merken de grondeigenaren van de proef?

Baggeren

Een deel van het Grootdiep tussen twee stuwen wordt gebaggerd (zie kaart 1) om het effect daarvan op de groei van waterplanten te onderzoeken. Door het baggeren wordt het Grootdiep dieper waardoor er minder zonlicht op de bodem is. De verwachting is dat waterplanten hierdoor na baggeren minder snel groeien. De grondeigenaren krijgen een reguliere vergoeding voor de bagger die bij hen op het land wordt gestort en worden hierover voorafgaand aan het baggeren geïnformeerd. Er wordt eind 2016 gebaggerd.

Hekkelen

De ontvangstplicht van hekkelspecie verandert niet door de proef. We verwachten dat de hoeveelheid hekkelspecie kleiner wordt omdat meer waterplanten in het Grootdiep blijven staan. De onderhoudsfrequentie blijft gelijk voor sommige delen van het Grootdiep – één maal in de zomer en één maal in het najaar – of neemt af tot één maal in het najaar.

Wateroverlast en vernatting

Een strook waterplanten verkleint de waterafvoercapaciteit van het Grootdiep. De gevolgen hiervan zijn niet groot volgens berekeningen. Of dit in de praktijk ook zo is onderzoeken we met de proef. Het gaat om twee gevolgen die een strook waterplanten kan veroorzaken:

  • meer wateroverlast als er veel regen valt. Door de waterplanten kan het water minder makkelijk weg met hogere waterpeilen als gevolg. De kans op wateroverlast (water op het land) wordt daardoor groter
  • vernatting onder normale weersomstandigheden. Ook onder normale omstandigheden wil het water door de waterplanten minder makkelijk weg. Dit verhoogt het waterpeil met hogere grondwaterstanden als gevolg. Gronden kunnen hierdoor meer vernatten als de grondwaterstand al hoog is; in droge gronden kan dit de opbrengst juist ten goede komen. Stroomopwaarts vanaf een stuw wordt de verhoging van het waterpeil groter. Bij de stuw wordt het waterpeil niet verhoogd door de waterplanten; vlak onder de volgende stuw is de verhoging van het waterpeil het grootst.

figuur 6

Medewerkers van het waterschap op uw land

Voor de proef moeten medewerkers van Wetterskip Fryslân regelmatig op verschillende locaties bij het Grootdiep zijn. Zij zullen zich legitimeren.

Wat doet u in geval van schade door de proef?

Wetterskip Fryslân heeft een schadevergoedingsregeling. Schade kan op de website van WF worden gemeld door online een formulier in te vullen en ook foto’s van de schade aan te hechten. De website is www.wetterskipfryslan.nl/onderhoud/overlast-of-schade-melden. WF beoordeelt de omvang van de schade en doet de grondeigenaar een voorstel voor vergoeding. Indien akkoord dan keert WF de schadevergoeding uit. Als de grondeigenaar niet akkoord is met de vergoeding, dan neemt WF contact op met de grondeigenaar om in goed overleg de schadevergoeding overeen te komen.

Als waterschap en grondeigenaar het niet eens kunnen worden over de schadevergoeding dan kan de grondeigenaar kiezen tussen de twee volgende procedures: (1) Iedere partij wijst een vertegenwoordiger aan die samen een derde deskundige aanwijzen die in driemanschap een bindend advies geven over de schadevergoeding. Grondeigenaar en waterschap accepteren de uitspraak van het driemanschap van deskundigen. Het bindend advies wordt vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Of (2) de grondeigenaar dient een verzoek om schadevergoeding in op basis van de nadeelcompensatieverordening van Wetterskip Fryslân. Het bestuur van WF neemt daarop een besluit, waartegen bezwaar en beroep open staat.

Hoe goed moet de waterkwaliteit van het Grootdiep zijn voor de KRW?

De KRW stelt eisen aan de ecologische (of biologische) kwaliteit van het water en eisen aan de chemische kwaliteit.

figuur 7

figuur 8

figuur 9

In de periode 2011-2013 is de score ontoereikend voor waterdiertjes, matig voor waterplanten en slecht voor vis. Aan algen worden geen eisen gesteld in beken zoals het Grootdiep.

Voor de ecologisch ondersteunende fysisch-chemische parameters is de score op de maatlatten voor de temperatuur matig en goed voor alle overige parameters. De watertemperatuur is soms te hoog, wat ongunstig kan zijn voor de biologische toestand. De meeste ecologie ondersteunende parameters duiden echter op een goede waterkwaliteit. Dit valt niet goed te rijmen met de biologische kwaliteitselementen: deze duiden immers op een slechte tot matige ecologische toestand.

De vegetatie (waterplanten) scoort matig vanwege de onvoldoende bedekking van de soortlagen drijvend, onderwater en emergent (rietachtige vegetatie). Het huidige beheer en onderhoud zorgt ervoor dat er te weinig vegetatie aanwezig is in de optimale groeiperiode. De vegetatie maakt de natuurlijke groeicyclus niet af. Tegelijkertijd met het verwijderen van vegetatie worden ook de waterdiertjes verwijderd. Waterdiertjes kennen verschillende ontwikkelingsstadia. Voor sommige diertjes kan die ontwikkeling een paar jaar duren. Vis scoort slecht vanwege de afwezigheid van stroming minnende soorten.

Voor een goede ecologische waterkwaliteit moeten de scores van biologische parameters verbeteren. Vegetatie wordt gezien als de basis voor de verbetering. Als er voldoende ruimte is voor vegetatie, dan is er ook voldoende leefgebied voor de waterdiertjes en vis.

Voor de vis worden de stuwen vispasseerbaar gemaakt zodat de vis zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts kan trekken. Bij stuwen worden vispassages aangelegd.

Welke andere maatregelen zijn te verwachten voor de KRW?

Naast een strook waterplanten laten staan en de stuwen passeerbaar maken voor vis, zijn er geen andere maatregelen nodig voor de KRW.

Wordt het Grootdiep niet alsnog verbreed, ook als de proef slaagt?

Als de proef slaagt, dan wordt voldaan aan de KRW en is er geen andere reden om het Grootdiep te verbreden. Voor de toekomst is evenwel geen garantie te geven. Nieuw beleid kan nieuwe redenen geven om te verbreden en klimaatverandering kan een reden zijn voor nieuw beleid. Onder de huidige klimatologische omstandigheden hoeft het Grootdiep niet te worden verbreed om te voldoen aan de normen voor wateroverlast. Het gebied voldoet daaraan en er is ruimte over tot aan de norm. Een deel van deze ruimte is te gebruiken om een strook waterplanten te laten staan voor de KRW. Het gebied blijft voldoen aan de normen voor wateroverlast maar wordt wel gevoeliger voor wateroverlast. De laagst gelegen gronden langs het Grootdiep zullen dit als eerste merken. Hier tegenover staat dat er geen landbouwgrond verloren gaat voor verbreding.

Wat doet WF als het tijdens de proef grond krijgt aangeboden voor verbreding?

Verbreding heeft de voorkeur van het waterschap omdat dit het watersysteem minder gevoelig maakt voor wateroverlast. Dit geldt vooral voor het smallere deel van het Grootdiep (zie kaart 1) dat waarschijnlijk gevoeliger is voor het aangepaste onderhoud. Als grondeigenaren tijdens de proef toch grond willen verkopen voor verbreding, zal het waterschap op dat moment de afweging maken om wel of niet te verbreden. Dit zal onder meer afhankelijk zijn van de locatie en de afstand waarover kan worden verbreed.

Hoe is de proef georganiseerd?

De proef is een project van het Wetterskip Fryslân. De proef is in overleg met de projectgroep van de pilot watergebiedsplan Appelscha opgezet. In de projectgroep werken de ABO en WF samen om de pilot watergebiedsplan uit te voeren.

Waar kunt u terecht met vragen over de proef?

Voor vragen kunt u contact opnemen met Wetterskip Fryslân via het contactformulier op www.pilotwatergebiedsplan.nl of telefoon 058 292 2222.